Waarom in de eerste week van oktober?

Niet iedere aardappel verdient het om een frietje te worden. Je hebt vroege en late aardappelrassen. De vroege worden al in de zomer gerooid, maar zijn vaak klein van formaat met als gevolg korte staafjes en heel veel kleine stukjes. En de consument wil graag mooi gebakken ‘goudstaven’. Voor de ideale friet zijn grote bonken nodig. En juist díe worden in oktober geoogst. De aardappelboer bewaard ze zorgvuldig in grote schuren, zodat wij – meestal op een paar maanden na – het hele jaar door er lekkere frietjes van kunnen maken. Een bijkomend voordeel is dat lange frieten beter zijn voor het rendement!

Wist je dat de herfstvakantie ooit is ontstaan, omdat de kinderen moesten meehelpen bij het rooien van de aardappelen? Kijk hier voor meer FrietFeiten.